Financiën sleutelt aan nieuw box-3 stelsel
Het ministerie van Financiën is druk bezig met het nieuwe stelsel voor het belasten van vermogen. Na input van burgers en belangenorganisaties doet het meerdere aanpassingen aan het beoogde nieuwe box 3-stelsel, dat op 1 januari 2027 moet ingaan.
Grootste aanpassing is de manier waarop een tweede woning voor eigen gebruik - denk aan een vakantiewoning - wordt belast. Eerder was het plan nog om die vanaf 2027 te belasten aan de hand van een geschat (fictief) rendement.
Vermogenswinstbelasting
In plaats daarvan wordt zo'n woning straks op dezelfde manier belast als alle andere onroerende zaken. Dat betekent dat er sprake zal zijn van een vermogenswinstbelasting. Je betaalt dan pas belasting op het moment waarop je een tweede woning, garage of andere onroerende zaak verkoopt. Over het verschil tussen het aankoop- en verkoopbedrag wordt belasting geheven. Het ministerie van Financiën stelt dat dit ’het stelsel eenvoudiger en beter uitlegbaar maakt’.
Ook vindt er een aanpassing plaats in de verrekening van verliezen. Wie bijvoorbeeld in 2028 een negatief rendement haalt met zijn vermogen, zou dit in 2029 moeten kunnen verrekenen als dan wél een positief rendement behaald wordt. In eerste instantie zou het ook mogelijk zijn om een negatief rendement te verrekenen met de al betaalde belasting in een eerder jaar.
Daar ziet het ministerie vanaf. De kosten hiervoor zijn namelijk te hoog, terwijl het ook nog eens erg complex is om uit te voeren. Verliezen kunnen wel verrekend worden met toekomstige jaren.
Werkelijk rendement
Veruit de grootste wijziging is al bekend: vanaf 2027 gaat de Belastingdienst namelijk het werkelijke rendement op beleggingen (zoals aandelen, obligaties en cryptovaluta) belasten. Momenteel gebruikt het daarvoor forfaitaire rendementen, die dikwijls afwijken van het werkelijke rendement dat mensen behalen.
Mogelijk moet de Belastingdienst echter sneller dan gepland overgaan op het belasten van werkelijk rendement. De Hoge Raad doet binnenkort namelijk uitspraak over het gebruik van forfaitaire rendementen. Als de hoogste rechter daardoor een streep zet, zal de Belastingdienst het gebruik van die fictieve rendementen direct moeten schrappen.
Bron: Telegraaf.nl